Essays archief


 

Essay Scholtens Bewerkingen in het auteursrecht 8-01-2014

Hier vindt u het pre-essay van Hein Scholtens:

Scholtens_Bewerkingen in het auteursrecht


Essay Glas Ruimte nationale rechter 8-01-2014

Hier vindt u het pre-essay van Lize Glas:

Glas_Ruimte nationale rechter


Essay Ouwerkerk Europeanisering blessing in disguise 5-12-2013

Jannemieke Ouwerkerk

* Dit essay is ook opgenomen in NJB 2013, afl. 43, pp. 2986-2993.

Inleiding

Hoe lang zal het nog duren voordat Brussel ons voorschrijft minimumstraffen in te voeren? De Europese Commissie heeft recent nog enkele pogingen daartoe ondernomen door in twee ontwerprichtlijnen (betreffende fraude en eurovalsemunterij) minimumstraffen te presenteren. Zonder succes, dat moet gezegd. De weerstand in enkele lidstaten blijkt te groot. Mijn verwachting is echter dat de Europese Commissie zich een groot voorstander zal blijven betonen door voorstellen op dit punt te blijven doen. Nu verscheidene andere lidstaten reeds beschikken over een systeem van bijzondere minimumstraffen, is het wellicht een kwestie van tijd voordat zij hun reserves laten varen en ook Nederland er aan moet – in elk geval aangaande bepaalde Euromisdrijven.
Als de bemoeienis van de Europese Unie zó ver kan reiken, dat een lidstaat als Nederland gedwongen zou kunnen worden de straftoemetingsvrijheid van de nationale strafrechter te beperken en als zodanig een breuk te bewerkstelligen met een fundamenteel uitgangspunt van het Nederlandse strafrecht, dan doet zich de vraag voor: wat blijft er over van de soevereine natiestaat?
Dat is een legitieme vraag die alles te maken heeft met de afgrenzing tussen nationaal strafrecht en Brusselse invloeden daarop en die uiteraard betrekking heeft op veel meer terreinen dan de minimumstraffen alleen. Echter, in de context van het strafrecht is het ook een riskante vraag, want zij leidt gemakkelijk de aandacht af van waar het in het strafrecht in de kern en primair over hoort te gaan – nationaal én transnationaal – en dat is: het vinden van de juiste balans tussen effectieve criminaliteitsbestrijding enerzijds en adequate rechtsbescherming anderzijds. Een evenwicht tussen die twee kanten van dezelfde medaille, dát is de maatstaf aan de hand waarvan elk strafrechtelijk systeem, en dus ook het EU-strafrecht, primair dient te worden beoordeeld. Vergaande soevereiniteitsaanspraken in dit verband moeten als achterhaald fenomeen worden beschouwd.
Deze stellingname staat centraal in dit essay. Na een kort overzicht van (de bevoegdheden tot) strafrechtelijke regelgeving in de Europese Unie in de afgelopen decennia (1), zal deze stellingname nader worden toegelicht (2). Vervolgens wordt aangetoond dat vanuit dit perspectief van evenwicht een genuanceerd oordeel past ten aanzien van de huidige koers die Brussel vaart (3). Dit essay wordt afgesloten met enkele afrondende opmerkingen (4). Lees meer


Het privaatrecht is niet geschikt om het algemeen belang te dienen. Nou en? 11-12-2012

Walter Dijkshoorn

1. Inleiding

De laatste jaren wordt hard getrokken aan het privaatrechtelijk aansprakelijkheidsrecht. Er moet gehandhaafd worden, want een recht dat niet wordt gehandhaafd is geen recht, zo klinkt het. Allerhande obstakels die de handhavingsfunctie in de weg zitten moeten daarom worden geruimd. Het privaatrecht moet en zal van zich af bijten! Hierbij lijkt uit het oog te worden verloren dat sommige van de ‘obstakels’ verband houden met het karakter van het privaatrecht. De grenzen van wat mogelijk is met het privaatrechtelijk aansprakelijkheidsrecht worden het duidelijkst als het algemeen belang, het belang van de Nederlandse samenleving als geheel, in beeld komt. Dan heeft het privaatrecht namelijk weinig te bieden. Dat is – anders dan wel lijkt te worden gedacht – helemaal niet erg; het privaatrecht is nooit bedoeld om het algemeen belang te dienen. Hiervoor is het publiekrecht bedoeld.
Het handhavingsdenken in het privaatrecht is veroorzaakt door een handhavingstekort in het publiekrecht. Dat er een handhavingstekort blijft als het aankomt op het algemeen belang is naar mijn idee geen probleem voor het privaatrecht, maar voor het publiekrecht. Het is de overheid die, als het aankomt op de bescherming van het algemeen belang, regelgeving kan (en wat mij betreft: zou moeten) maken en naleving hiervan kan (en wat mij betreft: zou moeten) afdwingen.
Lees meer


Europeanisering van het algemeen belang in de strafrechtelijke handhaving 11-12-2012

W. Geelhoed

Inleiding

Het algemeen belang heeft op het gebied van het strafrecht zijn meest zichtbare rol als criterium voor de toepassing van het opportuniteitsbeginsel. Dat beginsel biedt het Openbaar Ministerie (OM) de mogelijkheid om bij vervolgingsbeslissingen, en bij het algemene vervolgingsbeleid, rekening te houden met wat het algemeen belang van de strafrechtelijke handhaving vordert. Ook wanneer er in een strafzaak voldoende bewijs is, kan vervolging achterwege gelaten worden, bijvoorbeeld vanwege persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer, of omdat het strafbare feit niet ernstig genoeg is om ingrijpen te rechtvaardigen. Bovendien kan door invulling van het algemeen belang een maatschappelijk verantwoord vervolgingsbeleid worden gevoerd waarbij de schaarse capaciteit van het strafrechtelijk systeem rationeel wordt ingezet.
In dit essay wil ik het vooral hebben over hoe dit algemeen belang, zoals het in het strafrecht wordt gehanteerd, wordt beïnvloed door het recht van de Europese Unie. Ook in de strafrechtelijke handhaving kan Nederland zich immers niet meer veroorloven om de belangen van de Unie of van andere lidstaten te veronachtzamen. Als een lidstaat dat wel doet, door bijvoorbeeld onvoldoende op te treden tegen inbreuken van rechten van burgers die zij ontlenen aan het Europese recht, kan hij door het Hof van Justitie worden veroordeeld tot forse sancties. De vraag is daarom wat de betekenis is van de norm dat lidstaten het Europese recht effectief moeten handhaven voor het algemeen belang zoals dat als criterium voor de toepassing van het opportuniteitsbeginsel wordt gehanteerd.
Die vraag behandel ik als volgt. Eerst wordt de blik gericht op de betekenis die het algemeen belang in het Nederlandse strafrecht heeft gekregen. Daarna analyseer ik de manier waarop het algemeen belang in die context fungeert aan de hand van een normatieve en een afbakeningsdimensie. Daarmee wordt een nieuw perspectief op het algemeen belang mogelijk, en kan de invloed van het Europese recht worden beoordeeld. Vervolgens wil ik kort behandelen wat de inhoud is van de Europeesrechtelijke eisen van effectiviteit. Tenslotte volgen, aan de hand van eerdergenoemde dimensies, enkele conclusies over de betekenis die het algemeen belang naar mijn mening verkrijgt wanneer de strafrechtelijke handhaving in een geëuropeaniseerde context wordt bezien. De handhavingsverplichtingen die uit het EVRM voortvloeien laat ik buiten beschouwing.
Lees meer


Integriteitsonderzoek ter bescherming van publieke belangen 11-12-2012

Anita van den Berg

1. Inleiding

Van overheidswege worden voor de uitoefening van tal van werkzaamheden integriteitseisen gesteld aan degene die de werkzaamheden verricht. In sommige gevallen moet hij zich onderwerpen aan een integriteitsonderzoek. Het verrichten van dergelijke onderzoeken wordt gerechtvaardigd met een beroep op de bescherming van publieke belangen. In dit essay staan drie integriteitsonderzoeken centraal: het onderzoek in het kader van een aanvraag om een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG), het onderzoek op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) en het veiligheidsonderzoek ten behoeve van vertrouwensfuncties.
Nagegaan wordt welke publieke belangen in het geding zijn en welke gevolgen deze belangenbehartiging heeft voor de individuele belangen van degene die aan het onderzoek onderworpen wordt. Zijn individuele belangen worden in dit essay benaderd vanuit de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en zijn verdedigingsrechten. De balans tussen de publieke belangenbehartiging en de bescherming van de individuele belangen blijkt voor deze drie instrumenten verschillend uit te vallen. Met het oog op die balans worden in dit essay verbeterpunten aangedragen.
Lees meer


Pre-essay Joost Sillen 30-11-2010

 

TEGEN HET TOETSINGSRECHT [PDF]

J.J.J. Sillen[1] 

1. Inleiding

Dynamisch is onze Grondwet niet. Terwijl wetswijzigingen elkaar in rap tempo afwisselen, is onze Constitutie sinds 1953 niet meer ingrijpend veranderd. Dat jaar bracht het huidige art. 94 Gw. Volgens die bepaling blijven wettelijke voorschriften – ongeacht hun rang – buiten toepassing als die toepassing onverenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Hoewel de Grondwet daarna slechts marginaal is gewijzigd, is zij sindsdien geen rustig bezit. Zo werd voorgesteld een referendum in te voeren en de burgemeester te kiezen. Geen van die voorstellen kreeg echter zo veel aandacht als het thans aanhangige voorstel tot gedeeltelijke afschaffing van het toetsingsverbod: het voorstel-Halsema. Lees meer


Pre-essay Maartje van der Woude 30-11-2010

 

GRONDWETTELIJKE TOETSING VAN STRAFWETGEVING IN DE NEDERLANDSE VEILIGHEIDSCULTUUR [PDF]

Mw. mr. drs. M.A.H. van der Woude§

“Graag geef ik toe, dat maatschappelijke rust een groot goed is. Toch wil ik mijn ogen niet sluiten voor het feit dat de dictatuur zich overal van een volk heeft kunnen meester maken onder het mom van handhaving van de openbare orde. (…) Maatschappelijke vrede is niet het hoogste ideaal. Een volk dat van zijn regering niets meer vraagt dan het handhaven van de openbare orde is in laatste instantie al tot slavernij vervallen. Slaaf is het reeds van zijn welvaart; nu kan de man opstaan, die het zijn boeien aanlegt.”[1]

1. Inleiding

Over de wenselijkheid van het invoeren van constitutionele toetsing in Nederland, zoals voorgesteld in het door GroenLinks geïnitieerde wetsvoorstel[2], is de afgelopen jaren veel geschreven.[3] Het rechtswetenschappelijke debat over constitutionele toetsing is grotendeels uitgekristalliseerd en voor- en tegenstanders zijn grotendeels bekend met elkaars belangrijkste argumenten. Lees meer


Pre-essay Jessy Emaus 30-11-2010

 

OP JACHT NAAR DE OPPERSTE GERECHTIGHEID[1]  [PDF]

Een civielrechtelijk pleidooi voor constitutionele toetsing

Mw. J.M. Emaus LL.M.*

1. Inleiding 

Het privaatrecht neigt naar zijn aard tot een discussie over de verhouding tussen wetgever en rechter. De relatie tussen wetgever en rechter is in het privaatrecht nu eenmaal bijzonder gezien het feit dat het karakter van het privaatrecht zich vandaag de dag laat kenschetsen als open. De wet is niet de enige rechtsbron waarop partijen zich kunnen verlaten en open normen in het privaatrecht bieden de rechter bij uitstek gelegenheid rechtersrecht te ontwikkelen. De uit Lindenbaum/Cohen voortgesproten categorie onrechtmatige daden is daarvan een goed en bekend voorbeeld.[2] Met het op tafel leggen van het wetsvoorstel-Halsema is er aanleiding aan die discussie een nieuwe dimensie toe te voegen, namelijk die van de constitutionele toetsing.[3] Lees meer


Vooraf Ivo Giesen 29-11-2010

 

CONSTITUTIONELE TOETSING IN NEDERLAND: JEUGDIG ELAN OP KLASSIEK TERREIN [PDF]

Onze Grondwet is in het nieuws. In een land waarin constitutionele discussies betrekkelijk zelden en nooit wijdverbreid zijn en de Grondwet zelf niet erg tot de verbeelding spreekt buiten de kring van staatsrechtgeleerden, is dat bijzonder. Het wetsvoorstel-Halsema, dat een beperkte opheffing van het toetsingsverbod van art. 120 Gw wil invoeren, is inmiddels echter in tweede lezing in behandeling in de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2009/2010, 32 334) en daarnaast heeft de Staatscommissie Grondwet op 11 november jl. haar advies aangeboden aan de ministers van Binnenlandse zaken en (Veiligheid en) Justitie (zie www.staatscommissiegrondwet.nl). Die commissie pleit onder andere voor het bij de tijd houden van de Grondwet en – tegen haar opdracht in – voor heroverweging van het huidige toetsingsverbod omdat dan de normativiteit van de Grondwet vergroot zou (kunnen) worden. Er staat dus het nodige op het spel als het om de Grondwet gaat. Lees meer