De natuur van de mens en het recht als poppenkast

Derk Venema

‘Natuur’ kan hier twee dingen betekenen: de ‘natuurlijke’ omgeving en de ‘essentie’ van de mens. Vroeger vormden deze twee de grootst denkbare tegenstelling: de mens stond met zijn rationele denkvermogen tegenover de niet denkende natuur. Hij was bovendien zo vrij als een vogeltje: terwijl de natuur altijd aan natuurwetten gehoorzaamde kon de mens de wet desgewenst negeren, natuurwetten zowel als wetsartikelen. Dat onderscheidde hem van paarden en bloemkolen. Maar sinds Darwin is deze tegenstelling volledig opgeheven: de essentie van de mens blijkt namelijk te zijn dat hij mensengenen kopieert en verspreidt. Zijn essentie is natuur geworden, kopieermachine onder de kopieermachines. Het animal rationale (redelijk dier) blijkt gewoon een animal te zijn.

En een vrije wil heeft hij ook al niet. Wat wij mensen denken en doen is het product van ons biologische, fysieke gestel, dat door miljoenen jaren van natuurlijke selectieprocessen gevormd is. Wat wij willen, willen wij niet om dat wij dat zelf bedacht hebben, maar omdat dat goed werkt in de survival of the fittest. De vrije wil is een slechte metafoor voor een voorgeprogrammeerde causale reeks chemische, elektrische en mechanische gebeurtenissen in ons lichaam, die ook nu mijn woorden en gebaren produceren. We zijn zo vrij als een marionet, met ons genoom als scenarioschrijver, ons brein als poppenspeler, en de natuurlijke omgeving als regisseur.

Wat betekent dit nu voor het recht?

Het recht is een van de leidmotieven in de voostelling genaamd ‘de samenleving’ die wij als marionetten gezamenlijk opvoeren.

Dat wij de gewillige slaven zijn van ons genoom blijkt ook uit ons recht. Zo zijn voortplanting en gezinsleven fundamentele rechten. De omgeving waarin we leven, en die zorgt voor de selectie van de best aangepaste mens-varianten, die richten wij meer dan andere diersoorten zelf in. En we maken daar regels voor: van bouwvergunningen tot verkeersregels en van milieubescherming tot de regulering van mobiele telefonie, al dan niet met behulp van schaarse publieke rechten. En daarover schrijven we weer vernuftige preadviezen, proefschriften, artikelen en Asserdelen: allemaal instrumenten van de genen om hun kopieermachines een gunstige kopieeromgeving te laten bouwen en onderhouden. Dus als je achter de computer aan het copy-pasten bent, realiseer je dan dat je zelf een product en een instrument bent van al miljoenen jaren copy-pastende genen.

We spelen in het rechtsbedrijf dat het om ons draait: mensen, individuen zijn immers de hoofdrolspelers van het recht, rechtsregels zijn gemaakt om de vele belangen van evenzovele personen zo goed mogelijk te bevorderen en op elkaar af te stemmen. We voeren zelfs een heel bijzondere ‘menselijke waardigheid’ op die suggereert dat we het waard zijn om met respect behandeld te worden, omdat iedere mens een ‘doel op zich’ is. Het is de waardigheid van de kopieermachine: mensen die zich veilig, geborgen en gewaardeerd voelen gaan namelijk gezellig samen hun genen kopiëren. De marionetten doen des te harder hun best voor hun ingebouwde scenarioschrijver.

Neem het nemo tenetur-beginsel: niemand mag worden gedwongen aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Het lijkt alsof mensen dat zelf verzonnen hebben om de rechten van het individu en zijn waardigheid te beschermen. In feite is de neiging om elkaar als autonome individuen en morele subjecten te behandelen een gedragsvariant die de afgelopen eeuwen door natuurlijke selectie is komen bovendrijven. De consequentie ervan is de langlopende interactieve voorstelling onder de titel ‘democratische rechtsstaat met mensenrechten’. Die doet het goed doordat mensengenen zich daarin goed en veilig kunnen kopiëren. Democratieën voeren bijvoorbeeld geen oorlog met elkaar, maar verspreiden samen het script van ‘democratische rechtsstaat met mensenrechten’ over de wereld, zodat het menselijke genoom, de scriptschrijver, zich overal naar hartelust kan kopiëren.

We zijn geen zelfstandig denkende morele subjecten. We doen maar alsof. En als iedereen meespeelt, is er geen probleem. Maar het kan geen kwaad je af en toe te realiseren dat je een stuk natuur bent, en dat je een rol speelt die niet zelf hebt bedacht. Aan de andere kant: veel helpt het ook niet.