De natuur van de mens brengt mee dat ik per minuut ouder word. De natuur van de mens, met een vraagteken erachter, is het thema van het Jonge NJV-seminar 2011: waar gaat dit niet over? Ouder, zodat ik mij afvraag of ik nog jong genoeg ben om voor jonge NJV-er door te gaan. Het kan over vrijwel elk onderwerp gaan. Vergrijzing, dagelijks speur ik naar tekenen ervan, maar vooralsnog lijkt de schade mee te vallen. Uit de inleiding van Giesen bij de preadviezen van vorig jaar (NJB 2010, p. 2741) blijkt bovendien dat beslissend voor participatie is of iemand een jonge geest heeft.

Op 9 december vindt in De Vereeniging te Nijmegen het tweede Jonge NJV-seminar plaats. Het onderwerp: “De natuur van de mens?”. De organisatoren van het seminar lichten het thema zelf als volgt toe: “Mensen zijn onderdeel van de natuur. Op allerlei manieren hebben mensen zich echter aan de natuur ontworsteld en zich ertegen beschermd: medicijnen, dijken, onderdak. Sterker nog, op weer andere manieren weten mensen de natuur voor hun eigen doelen in te zetten en te manipuleren: landbouw, veredeling van plantenrassen, gentechnologie, dierenbescherming. Hoewel in het recht de verhoudingen tussen mensen onderling centraal staan, roept ook de relatie mens-natuur juridische vragen op.” Drie promovendi zijn uitgenodigd om een pre-essay te schrijven. En net zoals dat gaat bij de “oude” NJV wordt het thema vanuit verschillende rechtsgebieden belicht.

Jaap van Rijn van Alkemade (UL) gaat in op het actuele thema van schaarse publieke rechten. Uitgangspunt zijn de algemeen erkende klimaatproblemen en de insteek is milieurechtelijk. Hij concludeert dat milieuvergunningen en emissierechten in aanleg schaarse publieke rechten zijn. Maar in de hedendaagse werkelijkheid is van werkelijke emissieplafonds geen sprake en zijn emissierechten niet schaars. Dat roept bij hem de vraag op of het milieurecht wel effectief is. Het antwoord luidt ontkennend en “een koerswijziging is geboden”.

Elbert de Jong (UU) wijst er in zijn privaatrechtelijke bijdrage op dat de Nederlandse en de Europese regelgeving niet geheel nanoproof zijn. Ik was mij daarvan niet bewust en haastte mij om te ontdekken hoe gevaarlijk dat is. De vraag die De Jong in zijn essay aan de orde stelt, is hoe vanuit het oogpunt van het civiele aansprakelijkheidsrecht ingespeeld kan of moet worden op de “onzekere risico’s” die nanotechnologie meebrengt. Het ligt voor de hand dat het zogenoemde voorzorgsbeginsel hierbij mogelijk diensten kan bewijzen; onproblematisch is dit beginsel echter niet. Zinnig juridisch nadenken over het begrip “onzekere risico’s “ vergt een groot denkraam. De vraag is hoe rekening moet worden gehouden met risico’s die er mogelijk niet zijn, het risico is dat er een risico is. Dat maakt het formuleren van zorgplichten op dit terrein op zijn zachtst gezegd problematisch.

Dave van Toor (RU) richt zich in zijn essay op een andere technologische ontwikkeling. Hij bespreekt de ontwikkeling in de neuropsychologie waarmee het geheugen in beeld kan worden gebracht en gaat in op de mogelijke betekenis van deze ontwikkeling voor het straf(proces)recht. “Wat is er voor de materiële waarheidsvinding mooier dan een kijkje nemen in het geheugen van een verdachte?”, zo prikkelt Van Toor de lezer in zijn inleiding. Ik zag voor me dat aldus scrollend door het geheugen van een verdachte en passant ook nog wat andere misdrijven kunnen worden opgelost. We worden door de pre-essayist echter enigszins gerustgesteld (of teleurgesteld, het is maar hoezeer je gehecht bent aan fundamentele beginselen): “De GKT [= Guilty Knowledge Test, toev. SB] wordt niet gebruikt om het gehele geheugen van een persoon (en daarmee zijn leven ) in kaart te brengen.”Het lijkt mij goed dat Van Toor kritisch staat tegenover de nieuwe mogelijkheden, onder meer bezien vanuit het nemo-teneturbeginsel en, wat hij noemt, “privacy of the mind”.

Zes referenten zijn gevraagd om op 9 december te reageren op de pre-essays. Het programma (zie www.dejongenjv.nl/seminar) laat daarnaast veel ruimte om te discussiëren over de actuele thema’s die door de genoemde essayisten en de referenten worden opgeworpen. De messen kunnen alvast geslepen worden aan de hand van de hierna opgenomen bijdragen.

Steven Bartels

Hoogleraar burgerlijk recht Radboud Universiteit Nijmegen, dagvoorzitter van het Jonge NJV-seminar 2011